Het schilderij is het landschap

Gerard Strik

 

[tekst: Anton Staartjes]

 

Door zijn verfbehandeling hebben veel van de schilderijen van Gerard Strik een bijna geboetseerde oppervlaktestructuur. Het zand dat hij aan zijn olieverf toevoegt, is niet alleen voor de structuur; het maakt zijn verf ‘aards’ als een natuurmaterie.  

 

“Ik leer veel van mijn tafel” zegt Gerard Strik over zijn manier van omgaan met olieverf. In zijn atelier - een ruim klaslokaal in Heemskerk - staat een grote werktafel. Het tafelblad is bedekt met een dikke laag olieverf in verschillende stadia van droging. De verflaag is het resultaat van jarenlang werken aan schilderijen. Alvorens de verf op het doek aan te brengen mengt Gerard Strik zijn verf op de verftafel op kleur en consistentie. Om in zijn schilderijen een door hem gewenste uitdrukking te bereiken mengt hij (schoon) zand door zijn olieverf. De op deze manier behandelde olieverf maakt het hem mogelijk om plastische effecten in zijn schilderijen aan te brengen. 

Toevoegingen aan olieverf kunnen vaak onverwachte effecten in de droging opleveren en daardoor de houdbaarheid van kunstwerken beïnvloeden (lees hierover het artikel van Pieter Keune, elders in dit nummer*). Doordat Gerard Strik al vele jaren lang zorgvuldig op zijn verftafel olieverf, diverse soorten medium en zand als toevoeging mengt, ontwikkelde hij de vaardigheid om met goed gevolg zand als  toevoeging in olieverf te gebruiken.

 

Ontwikkeling

De manier van schilderen van Gerard Strik ontwikkelde zich in de loop der jaren: “Nadat ik van de academie in Den Haag afkwam maakte ik tekeningen en schilderijen in zwart/wit”. Ik tekende en schilderen op een agressieve manier. Dat had ook een beetje met het tijdsbeeld te maken: het was de punktijd. Ik maakte veel ‘zwarte portretten’ met siberisch krijt. Op een gegeven moment voelde ik echter dat ik het daarmee wel gehad had en ging met allerlei technieken experimenteren. Bijvoorbeeld een collagetechniek waarbij ik vormen uit beschilderd papier sneed om weer met andere vormen te combineren. Dat leidde ook tot experimenten met ruimtelijke vormen die ik in staal liet uitvoeren.

Uiteindelijk kwam ik toch weer terug bij het ‘platte vlak’. Ik ben doorgegaan met  het schilderen en maak nu al bijna 25 jaar niets anders dan schilderijen”.

 

Landschap

“Mijn onderwerpen zijn al heel lang ‘iets’ dat tussen abstract en figuratief in  ligt” vertel Gerard Strik over zijn schilderijen. “Ik zoek naar dingen die krachtig zijn maar ook zachte kanten hebben. In de bergen in Noord-Spanje kwam ik dat tegen: Landschappen in rode en gele tinten met door de hitte of de koude gebarsten stenen. Hoewel je de historie van het gebied niet kent, voel je als je er door loopt dat er geschiedenis ligt. Dat draagt bij aan de mystiek die je mee naar huis neemt.

Ik schilder niet in het landschap zelf maar hier in mijn atelier. Ik maak dan persoonlijke en zeer subjectieve impressies van hoe ik het landschap ervaar. Daarin past dus duidelijke een verwijzing naar een mogelijk herkenbare en dus figuratieve werkelijkheid. Een ander punt is dat mijn schilderijen niet echt ‘plat‘ zijn. Er zitten flinke, bewust aangebrachte niveauverschillen in die ook weer naar landschapsstructuren verwijzen. Het zand dat ik aan de verf toevoeg, maakt de verf ‘aards’ en meer een natuurmaterie.

Het zijn echter niet alleen de Spaanse landschappen die me inspireren. Dat soort steenstructuren was iets dat ik zo’n tien jaar geleden maakte. Tegenwoordig zijn het de groene schakeringen van bomen, gras en mos waar ik mij onderwerpen aan ontleen. Organische vormen van bomen en planten die nat zijn en groeien. Dat levert heel andere texturen op dan waar ik eerst mee bezig was.

In de omgeving van Heemskerk met polder- en duinlandschappen zijn er genoeg interessante onderwerpen. In de duinen zijn er talloze plekjes waar je hele gekke dingen tegenkomt zoals met mos en paddestoelen begroeide boomstronken. Dat komt dan weer terug in mijn schilderijen. De ruwe dingen die je in de natuur vindt vermengd met de zachte kleuren en vormen die je er ook in tegenkomt. Niet figuratief of anekdotisch maar in een vorm die weergeeft hoe ik het landschap ervaar. Ik probeer in het schilderij het landschap opnieuw te maken. Het is echter geen plaatje van een landschap; Het schilderij zelf is het landschap”.

 

Ondergrond

Gerard Strik werkt vrijwel uitsluitend op doek: “Ik koop de spieramen los en de linnen op rol en zet mijn doeken zelf in elkaar. Het in elkaar zetten en mijn manier van prepareren neemt vrij veel tijd in beslag. Ik vind dat niet zo erg omdat je op die manier vast kan wennen aan je doek. Het prepareren zelf begint met het verlijmen: ik smeer het doek af met twee of drie lagen konijnenlijm. Ik hou tijdens het verlijmen goed in de gaten hoe het doek op spanning blijft. Als het tijdens het verlijmen verkeerd gaat, komt het nooit meer goed.

Na het verlijmen komt de grondlaag: een gewone simpele ondergrond van Van Ginkel of Lascaux. Dat is allebei is op acrylbasis en te verdunnen met water. Ik zet de ondergrond op in een aantal dunne lagen. Soms gaan er wel vijf, zes of meer lagen over elkaar heen. Om te zien hoe de lagen ‘pakken’ kijk ik steeds ‘door het doek’. Als ik dan nog gaatjes zie, moet er nog een laag over. Tijd is het probleem niet, het moet goed zijn. Als het doek helemaal ‘dicht’ is, kan het schilderen beginnen.

Ik heb me overigens nooit ‘wetenschappelijk’ verdiept in het prepareren en schilderen. Het niveau dat ik nu bereikt heb is grotendeels opgebouwd uit mijn eigen ervaring. Wel heb ik er natuurlijk het een en ander over gelezen, onder andere in Doerner en natuurlijk in kM.

Ik maak eigenlijk geen vervelende dingen meer mee met de schilderijen zoals scheuren en barsten in de verf. Het ergste wat me overkwam was een niet te repareren deuk in een achterkant van een doek omdat het in een trappenhuis ergens tegen aan stootte. Dat is echter niet te voorkomen. Het was geen gevolg van een verkeerde technische behandeling”.

 

Zand

Na de grondlaag komt het schilderen. “Ik begin met een kleurlaag” legt Gerard Strik uit. “In het verleden heb ik wel eens geëxperimenteerd door in de grondlaag al kleuren aan te brengen. Dat werkte echter niet zo lekker. De schets en eerste lagen vind ik eigenlijk ontzettend saai. Ik schets wat ik in mijn hoofd heb en vul dat in met een paar kleuren. Van het begin af aan gebruik ik olieverf. Om de eerste lagen zo ‘mager’ als mogelijk te houden verdun ik de olieverf met terpentine met een klein beetje standolie omdat het ook weer niet te mager wil hebben. 

Al in de eerst lagen begin ik met het toevoegen van zand aan de olieverf. Het is ‘gewoon’ zand van het strand dat ik heb gewassen om het schoon te krijgen. Er mogen ook geen organische deeltjes als grassprietjes en dergelijke inzitten. Als ik naar zand op zoek ben kijk ik waar de wind het naar toegeblazen heeft. Daar is dan vaak mooi en schoon zand te vinden.

Ik heb met andere zandsoorten geëxperimenteerd zoals het zand van de bouwmarkt. Dat was echter veel te fijn om mee te werken, het gaf niet het karakter aan mijn schilderijen dat ik wilde hebben. Ook gekleurde zandsoorten vond ik niet prettig werken. Het ‘gewone’ zand heeft nauwelijks of geen invloed op de kleur van de verf.

 

Andere toevoegingen

Ik heb ook wel geëxperimenteerd met toevoegingen als zaagsel. Dat was echter een volslagen mislukking dus daar was ik heel snel mee klaar. Ook met andere verfsoorten zoals gouache en acryl heb ik wel eens experimenten gedaan. Het effect beviel me echter helemaal niet, ik ben toch te veel verknocht aan de olieverf. Daar houdt ik het dan maar bij”.

 

“Op mijn verftafel meng ik olieverf, medium en zand. Ik leer veel van mijn tafel; niet alleen de toevallige kleurencombinaties die tijdens het mengen van de verf ontstaan maar ook de consistentie van de verf. Ik werk vrijwel uitsluitend met de Winton verf van Windsor and Newton. Door een jarenlange ervaring weet ik nu precies hoe ik de diverse componenten moet mengen om een bepaald effect te bereiken”.

“Ik weet niet hoe ik in de toekomst ga werken. Het zou best kunnen dat ik het ‘platte vlak’ verlaat en weer ruimtelijk werk ga maken. Aan de andere kant zou ik ook heel ‘glad’ kunnen gaan schilderen. Maar voorlopig nog even niet. De combinatie verf en zand is voor mij nog spannend genoeg om lang mee door te werken.”

 

 terug naar vorige pagina